Female Economy

Internationale Vrouwendag aan alle vrouwen

‘Come near, just come to me…’ 


Ontiegelijk mooie, grootse vrouwen,


Meer dan 20 jaar geleden vertrok ik met Meral Uslu naar Afrika. Om een film te maken over vrouwelijk leiderschap in de rurale gebieden van dit prachtige continent. We reisden gedurende 3 maanden naar 5 landen en interviewden 5 schitterende Afrikaanse mama’s. We sliepen in dorpen, in hutten op de grond, naast en tussen de vrouwen die elke ochtend om 4 uur opstaan. Om vuur te maken, het eten voor te bereiden, water halen, daarna pinda’s plukken op het land, want dat is hun werk naast het huishouden. En daarna bij de schemer het eten bereiden, het vuur aan houden en om 23.00 naar bed. Dus deze vrouwen sliepen 5 uur en sloofden werkelijk. Ik leerde zoveel van hen, daar is dit moment te kort voor. De kern was, die bij mijn terugkomst in Nederland door geen enkele journalist begrepen werd toen ik zei:


“Zolang het aanrecht niet naar de beurs kan, is de emancipatie niet voltrokken”.

En ik gebruikte ‘het aanrecht’ als metafoor voor het constante vrouwenwerk als een individuele firma: haar huishouden. Haar ‘mis-en-scene de la vie’.


In Zimbabwe opende Sithembiso Nyoni haar deur voor ons en sprak - zonder een begroeting, maar mij direct scherp in de ogen kijkend: “Als je wat komt brengen naar mij, keer dan om naar ’t vliegveld. Als je wat komt halen bij mij, ben je welkom”. Ze draaide zich om, liet de voordeur open staan en wandelde ferm naar haar keuken.

Verbijsterd en verward stond ik in die opening. Het bleek een levensles. Zij wees me op het feit dat overal hiërarchie in verborgen zit. Dat in iets van elkaar aannemen, te rade gaan, kwetsbaar zijn, het niet weten, dat daar gelijkwaardigheid woont.

Ze zei: “Als jij iets van mij meeneemt, geef je me waarde; als jij iets komt brengen, geef je mij aan dat jij alles al hebt en weet. Het bestaansrecht van mij en mijn cultuur zit hem in: gezien worden. Door jou. Want ieder van ons heeft een talent. Neem dát van elkaar. Zie mij en neem mijn talent, in plaats van alleen het jouwe te komen brengen”.


De filosofe Hélène Cixous gaf me met haar dichtregel ‘Come near, just come to me’, een andere metafoor. Die van de taal.

Vrij vertaald zegt het gedicht:

“Als vrouwen samen in een ruimte zijn en er zou geen censuur van mannen zijn en ook de geïnhaleerde mannelijke censuur ín de vrouw zou overwonnen zijn, dan ervaar je haar werkelijk authentieke schoonheid van spreken en omgaan met elkaar. Dan praten vrouwen in halve zinnen, ze associëren, schaterlachen het verloop van hun verhaal, pakken draden op van een detail dat over een half uur de kern wordt. De een zingt, de ander huilt haar woorden zonder woorden. Weer een andere vrouw onderbreekt met opgewonden hoge stemfrequentie. Chaos, gedoe, hysterie of niet te volgen, is vaak het commentaar. “Nee!”, roept Cixous resoluut. “Nee, nee, nee. Dat is de oorsprong van de vrouw, haar schittering. Dat is haar structuur. Haar landschap en ruimte. Als de ruimte waar vrouwen vertoeven, gevuld is met de oorsprong van haar energie, die specifieke intelligentie van sensibiliteit, pas dan is de emancipatie voltooid. Haar durven zijn, openbaart zich ook in haar omgang met de taal: het werkelijke verlangen van het (vrouwelijke) leven naar zichzelf”.


Hoe die emancipatie te voltooien? Hoe bouwen wij door om de feminiene flow, deze in al haar verschijningsvormen erend, te laten bestaan? Zodat ook wij niet oordelen over elkaar met termen als onevenwichtig en te gevoelig -gevoelig, het beste talent dat we hebben-, als een andere vrouw voor ons verschijnt. Want misschien ben juist jij het die, meer dan je lief is, een mannelijke waarde in je hoofd heeft.


Weet dat er liefde is in jou die zich verheugt als je bij de ander gêne of schaamte ziet. Dat je herkenning ervaart. Dus bezie die gêne als die van jezelf. Bezie het als een licht dat in haar woont, die de woorden naar haar tong probeert te tillen.


Als ik mezelf met een hand op m’n hart bevraag, dan hoor ik: ik ben niet van het gevecht. Ik ben van het keten en betrekken. Ik ben niet van het winnen en het defensief. Ik ben van het samendoen. Ik ben eigenlijk niet van het formele, want wil dat eerst ieder op z’n gemak in de ruimte aanwezig is. En ik heb concurrentie niet nodig om tot m’n passie te komen of vanuit m’n passie te werken.

Ik heb juist jóu nodig. Heel erg nodig. Ik vind het fijn om tegen je te zeggen hoe mooi je bent als ik je s’ochtends in de tram zie stappen, ook al ken ik je niet. En ik geniet als je me uit jouw glanzend oog een blik gunt, op het moment dat ik je passeer.


Met het ouder worden herontdek ik nog meer het spelende kind in mij, in de vrouw die ik ben. Verlegen ook. Meer verlegen dan ik dacht als ik voel en toon en niet vertoon.


Ik heb jou nodig


Dat we kijken naar elkaar, als…
Kijk, daar, daar loopt een vrouw
In de mooiste zin van het woord
Als totaliteit uitgesproken
Als gegeven op zichzelf
Als andersoortig talent


Dus laten we zoeken.
Elkaar geven wat we nog niet weten van elkaar.
En nooit zal het ons aan elkaar ontbreken.


Ontiegelijk mooie vrouwen, zo groots als we zijn, zo groots is mijn dank aan Harper’s Bazaar en het hele publiek. Voor de prijs en de gratie van de vrouw.



© Adelheid Roosen
Dankwoord | Harper’s Bazaar Woman Of The Year Publieksprijs | 2019

foto Eric Buis

Internationale Vrouwendag Woman Of The Year 2019

foto Kirsten van Santen
 

Adelheid Roosen wint Women of the Year Publieksprijs 2019

 

Uit het juryrapport:
 
Deze kandidaat staat te boek om haar bijzondere artistieke kwaliteiten. Ze laat een medemenselijk lichtje schijnen over stereotypen en prikkelt het publiek om anders tegen dingen aan te kijken. Eerder ging ze het taboe rondom Alzheimer te lijf, met de veelbesproken, intieme documentaire over haar eigen moeder. Daar zei ze over: door met mensen in gesprek te gaan, snap ik hoe bang mensen zijn om voorbij de maskerade van het bestaan te kijken. Maar ook andere confronterende onderwerpen snijdt ze aan: eerwraak, huiselijk geweld, homoseksualiteit in de Islamitische wereld: alles mag in de openbaarheid. Bijna veertig jaar zit ze al in het vak, en altijd is ze dichtbij zichzelf en anderen gebleven. Geen wonder dat het publiek de afgelopen maanden vooral op haar stemde.
EnglishNederlands